Terwijl droneaanvallen en glijbommen neerkwamen op de stad Pavlohrad, raakten ook drie tieners gewond bij de verwoesting van een drukbezocht winkelcentrum. De aanval op de stad trof vijf verschillende stadsdelen tegelijk. Ondertussen deed Vladimir Poetin een scherpe uitspraak richting Europa die de diplomatieke verhoudingen verder op scherp zette.

Een stad die veilig leek
Pavlohrad gold jarenlang als een toevluchtsoord. Mensen uit het zwaar getroffen oosten van Oekraïne zochten er bescherming, weg van de frontlinie die op ongeveer 75 kilometer afstand lag. Die relatieve rust is de afgelopen maanden definitief voorbij. De situatie verslechterde drastisch na 20 juli, toen de stad voor het eerst werd getroffen door een zogenoemde glij- of zweefbom. Daarmee trad Pavlohrad een gevaarlijk nieuw tijdperk in.
De stad is bovendien geen willekeurig doelwit. Pavlohrad vormt een belangrijk spoor- en logistiek knooppunt voor het oosten van Oekraïne. Door die strategische positie heeft Rusland er kennelijk belang bij de infrastructuur te raken. De gevolgen treffen echter in de eerste plaats gewone burgers, niet het leger.
Winkelcentrum vol mensen getroffen
Op donderdag, midden op de dag, sloeg een aanval in op een drukbezocht winkelcentrum in Pavlohrad. Volgens Oekraïense autoriteiten kwamen daarbij vijf mensen om het leven en raakten 67 mensen gewond, onder wie drie tieners. Ook twee hulpverleners die uitrukten na de eerste explosies, raakten gewond. Het is nog niet officieel vastgesteld welk type wapen het winkelcentrum trof.

De aanval op het winkelcentrum was bovendien geen op zichzelf staand incident. Gouverneur Oleksandr Hanzha meldde dat vijf stadsdelen van Pavlohrad gelijktijdig werden bestookt met drones, artillerie en luchtbommen. In totaal raakten daarbij 76 mensen gewond. Persbureau Reuters meldt dat het totale dodental bij de aanvallen op de stad zeven bedraagt, al lopen de cijfers uit verschillende bronnen uiteen.
Patroon van aanvallen op burgers
De aanval op Pavlohrad staat niet op zichzelf. Vrijwel gelijktijdig werd ook de stad Soemy getroffen. Daar sloeg een Russische aanval in op hetzelfde winkelcentrum dat eerder die week, op woensdag, al was geraakt bij een droneaanval. Bij die eerdere aanval op het winkelcentrum in Soemy kwamen twee mensen om en raakten twintig mensen gewond. Dat hetzelfde gebouw opnieuw werd geraakt, wijst op een doelbewuste of herhaalde aanpak van stedelijke doelwitten.
Rusland ontkent dat het gericht burgerdoelen aanvalt. De Russische lezing staat daarmee haaks op wat er op de grond zichtbaar is. Beide aangevallen steden zijn geen militaire bolwerken, maar plaatsen waar mensen boodschappen doen, werken en leven. De keuze voor glijbommen maakt de situatie bovendien extra verontrustend: deze wapens hebben weliswaar een korter bereik dan ballistische raketten, maar zijn aanzienlijk goedkoper te produceren. Ze worden gelanceerd vanuit vliegtuigen boven Russisch grondgebied of bezet gebied.
Zelensky spreekt van Russisch terrorisme
Volodymyr Zelensky reageerde scherp op de aanval op het winkelcentrum in Pavlohrad. Via Telegram schreef de Oekraïense president: “De wereld ziet wat Rusland doet.” Hij voegde daaraan toe: “We werken zo goed mogelijk samen met onze partners om Oekraïners te beschermen tegen dit soort Russisch terrorisme.” De woordkeuze van Zelensky is opvallend direct en weerspiegelt de groeiende frustratie over het internationale tempo van steunverlening.

Poetin trekt diplomatieke rode lijn
Terwijl de aanvallen doorgingen, liet Vladimir Poetin van zich horen op het diplomatieke vlak. Hij waarschuwde dat elke inzet van Europese troepen in Oekraïne neerkomt op een oorlog tegen Rusland. Die uitspraak is een directe boodschap aan Europese landen die openlijk discussiëren over mogelijke militaire aanwezigheid op Oekraïens grondgebied. Poetin positioneert zichzelf daarmee als bewaker van een grens die hij eigenhandig heeft getrokken.
De timing van die waarschuwing is veelzeggend. Terwijl Russische aanvallen burgersteden treffen, kiest Poetin ervoor Europa te waarschuwen in plaats van te de-escaleren. Dat patroon, aanvallen combineren met diplomatieke dreiging, is een bekende tactiek om Europese steun aan Oekraïne te ontmoedigen. Toch lijkt het vooralsnog het tegenovergestelde effect te hebben: discussies over Europese militaire betrokkenheid zijn de afgelopen maanden juist intensiever geworden.
Nacht van vrijdag op zaterdag: nieuwe slachtoffers
Na de aanvallen overdag op donderdag volgde in de nacht van vrijdag op zaterdag opnieuw geweld. Daarbij kwamen zeker drie mensen om het leven, meldt het AD. Het aantal gewonden liep verder op. Over de exacte locaties en de aard van de aanvallen in die nacht zijn nog niet alle details bevestigd. De aanhoudende frequentie van de aanvallen maakt duidelijk dat Rusland zijn luchtcampagne op Oekraïne niet terugschroeft.

De situatie in Pavlohrad en Soemy laat zien hoe de oorlog zich verplaatst naar steden die tot voor kort buiten schot bleven. Daarmee groeit de druk op zowel de Oekraïense autoriteiten als op internationale partners om luchtafweer en andere beschermende middelen sneller te leveren. Zelensky blijft zijn bondgenoten oproepen te handelen, terwijl de lijst van getroffen steden en slachtoffers gestaag langer wordt.








