Nederlandse jeugdzorgorganisaties en gemeenten stuurden jarenlang jongeren met gedragsproblemen naar Huize Soria, een Nederlands gezinshuis in Spanje. In ongeveer twintig jaar tijd vloeiden tientallen miljoenen euro’s aan Nederlands zorggeld naar de opvang. Nu vertellen oud cliënten over behandelmethodes die volgens deskundigen kenmerken vertonen van structurele mishandeling en kindermarteling.
Dat blijkt uit maandenlang onderzoek van Nieuwsuur. Het programma sprak met zestien voormalige bewoners die voor het eerst in de media hun ervaringen delen. Huize Soria wijst de beschuldigingen van mishandeling en vernedering categorisch van de hand. Het onderzoek roept vooral vragen op over de verantwoordelijkheid van Nederlandse organisaties die jongeren bleven plaatsen bij een instelling waar vergaande vrijheidsbeperkende maatregelen zouden zijn toegepast.
Een Nederlands gezinshuis voor tien jongeren
Huize Soria bood plaats aan ongeveer tien jongeren tegelijk. Het huis werd geleid door een Nederlands stel en ving jongeren op die via jeugdzorg of jeugdreclassering werden doorverwezen. Veel van hen hadden op dat moment al een lange geschiedenis achter de rug met pleeggezinnen en verschillende zorginstellingen.
Het gezinshuis maakte jarenlang deel uit van de grote zorgorganisatie Driestroom. Via die organisatie kwam Nederlands zorggeld bij de opvang in Spanje terecht. De zestien oud bewoners die Nieuwsuur sprak, beschrijven ervaringen die op belangrijke punten overeenkomen, hoewel de meesten elkaar niet kenden.
Verhalen over stroomdraad en strenge straffen
De voormalige bewoners vertellen over straffen die volgens hen ver buiten de grenzen van normale jeugdzorg vielen. Jongeren zouden achter stroomdraad zijn opgesloten, dagenlang geen eten hebben gekregen of in de winter in hun ondergoed naar buiten zijn gestuurd. Ook het onthouden van slaap en toiletbezoek wordt in de getuigenissen genoemd.
Daarnaast zou het contact met de buitenwereld streng zijn gecontroleerd. Sommige jongeren konden maandenlang niet met hun familie beeldbellen. Wanneer contact wel werd toegestaan, gebeurde dat soms alleen in aanwezigheid van de gezinsouders. Ook zouden de e mails van jongeren zijn gelezen. Daardoor hadden ouders en vrienden volgens de oud bewoners weinig zicht op wat er zich binnen de instelling afspeelde.
Isolatie, brandblaren en aangewezen zondebokken
Verschillende voormalige bewoners vertellen dat jongeren werden geïsoleerd en langdurig moesten staan of zitten. Soms gebeurde dat volgens hen dagenlang in de brandende zon, met brandblaren als gevolg. Ook zou het gezinshuis binnen de groep zondebokken hebben aangewezen, waarna andere jongeren werden aangespoord om mee te doen aan vernederingen of mishandeling.
Een van de verhalen gaat over het gooien van paardenpoep over een jonge jongen. Traumadeskundige Leony Coppens wijst erop hoe moeilijk het voor kinderen kan zijn om zich tegen groepsdruk te verzetten. “Je hebt geen keuze. Als je niet meedoet, word je een van de zondebokken”, zegt ze. Volgens Coppens moeten zulke ervaringen voor alle betrokken kinderen bijzonder traumatiserend zijn geweest. De beschreven praktijken vertonen volgens haar kenmerken van wat internationaal als kindermarteling wordt aangeduid.
De behandelmethodiek van Huize Soria
Nieuwsuur kreeg documenten in handen waarin de eigen behandelvisie en behandelmethodiek van Huize Soria worden beschreven. Daarin komen onder meer fysieke begrenzing, beperkingen op contact met het thuisfront en permanent cameratoezicht aan bod. Volgens de documenten waren camera’s aanwezig in gezamenlijke ruimtes en op het terrein van het gezinshuis.
Bart Tromp, onderzoeker op het gebied van jeugdrecht en kinderrechter aan de Rijksuniversiteit Groningen, plaatst vraagtekens bij dergelijke maatregelen. “Het kan nooit zo zijn dat je onder het mom van jeugdbescherming, of door de toevoeging van het woord pedagogisch, stelselmatig alle jongeren filmt”, zegt hij. Volgens Tromp kunnen zulke praktijken de rechten van kinderen ernstig aantasten.
Onderwijs afhankelijk van de gezinsouders
Ook het onderwijs van de jongeren zou afhankelijk zijn geweest van de beslissing van de gezinsouders. Volgens de getuigenissen kregen kinderen alleen onderwijs wanneer het stel dat wenselijk vond. Tromp benadrukt dat onderwijs een fundamenteel recht is en niet als straf mag worden onthouden.
Voor jongeren die al verschillende zorginstellingen hadden doorlopen, kon het ontbreken van onderwijs bovendien tot extra achterstanden leiden. Tromp stelt dat vrijheidsbeperkende maatregelen in het buitenland niet zomaar zijn toegestaan. In Nederland zijn dergelijke beperkingen alleen onder strikte wettelijke voorwaarden mogelijk binnen daarvoor aangewezen vormen van gesloten jeugdzorg. Volgens de oud bewoners werden in Huize Soria maatregelen toegepast die daar niet aan voldeden.
Nederlandse organisaties waren op de hoogte
Volgens het onderzoek waren verschillende plaatsende instanties en jeugdzorgorganisaties, waaronder Driestroom en Levvel, op de hoogte van de aanpak en de vergaande beperkingen. Ook jeugdbeschermingsorganisaties zouden signalen hebben ontvangen. Toch bleven Nederlandse instanties jongeren naar het gezinshuis sturen. Daardoor gaat de kwestie niet alleen over de handelwijze van de leiding van Huize Soria, maar ook over de verantwoordelijkheid van de organisaties die de plaatsingen regelden.
Een woordvoerder van Driestroom zegt dat het een uitdaging is om binnen de wettelijke kaders een zorgvuldige balans te vinden tussen vrijheid, bescherming, behandeling en veiligheid. Daarbij ging het volgens de organisatie om jongeren met complexe hulpvragen. Tromp benadrukt echter dat complexe problematiek geen rechtvaardiging vormt voor behandelmethodes die wettelijk niet zijn toegestaan.
Meldingen bij de inspectie en aangifte bij de politie
De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd ontving volgens het onderzoek vanaf 2016 meldingen over Huize Soria. Oud bewoners zeggen dat zij hun ervaringen na terugkeer in Nederland bij zorgorganisaties hebben gemeld. In 2019 deed een jongen bovendien aangifte bij de politie van mishandeling.
Ook de Kinderombudsman Amsterdam en verschillende jeugdbeschermers en zorginstellingen zouden onderzoek hebben gedaan. Toch werden er daarna nog jongeren geplaatst. De inspectie zegt dat zij geen toezicht kan houden in het buitenland. Daardoor ontstond een situatie waarin signalen wel binnenkwamen, maar de Nederlandse toezichthouder de instelling in Spanje niet zelf kon controleren of sluiten.
Ook jongeren met gedragsproblemen hebben rechten
Tromp wijst op het uitgangspunt dat ieder kind recht heeft op dezelfde wettelijke bescherming. “In een rechtsstaat is iedereen gelijk. Als lastige jongere heb je recht op dezelfde bescherming als een makkelijke jongere”, zegt hij. Volgens hem mag moeilijk gedrag nooit een reden zijn om kinderen buiten de wettelijke waarborgen te plaatsen.
De ervaringen van de oud bewoners laten volgens de deskundigen zien hoe kwetsbaar jongeren in een gesloten afhankelijkheidsrelatie kunnen zijn. Kinderen die al meerdere pleeggezinnen of instellingen hebben meegemaakt, zijn voor hun veiligheid en ontwikkeling sterk afhankelijk van de volwassenen die hen begeleiden. Ook jongeren die gedwongen zouden zijn geweest om mee te doen aan vernederingen, kunnen volgens Coppens ernstige gevolgen van die ervaringen ondervinden.
Huize Soria verwerpt alle beschuldigingen
Huize Soria ontkent de beschuldigingen van mishandeling en vernedering nadrukkelijk. “Wij wijzen ze categorisch van de hand en verwerpen het daarmee geschetste beeld van Huize Soria”, laat het gezinshuis weten. Vanwege de privacy en vertrouwelijkheid van cliëntgegevens zegt de instelling niet in te kunnen gaan op individuele situaties.
Volgens Huize Soria betekent die terughoudendheid niet dat het geen verweer heeft. Het huis stelt dat de huisregels en begeleidingsafspraken zijn besproken met een advocaat en afgestemd met betrokken gemeenten en plaatsende instanties. Over de beschuldigingen zoals die in het onderzoek naar voren komen, is geen rechterlijk oordeel geveld.
Spaanse inspectie legt Huize Soria stil
Eind september kreeg Huize Soria van de Spaanse inspectie het bevel om onmiddellijk te stoppen. Die ingreep volgde nadat de berichtgeving van Nieuwsuur de inspectie had bereikt. Volgens het onderzoek waren de vergunningen van de instelling niet op orde. Het gezinshuis mag daardoor niet langer jongeren opvangen.
Nieuwsuur sprak in totaal met zestien oud bewoners en legde de bevindingen naast beschikbare documenten en informatie van ouders, jeugdbeschermers, gemeenten en professionals uit de jeugdzorg. De getuigenissen vertonen volgens het programma opvallende overeenkomsten en worden op bepaalde punten ondersteund door bewijs. De zaak roept daarmee een bredere vraag op: hoe kunnen Nederlandse instanties garanderen dat jongeren die in het buitenland worden geplaatst dezelfde bescherming krijgen als kinderen in Nederland?
Bronnen en credits
Bron: NOS









