Sinds augustus 2026 geldt in Nederland de Wet veilige jaarwisseling. Deze wet bepaalt dat siervuurwerk, cakes en fonteinen bij de komende jaarwisseling alleen nog mogen worden afgestoken door verenigingen en stichtingen. Particulieren mogen dit vuurwerk dus niet meer zelf de lucht in schieten. Opvallend is dat de belangstelling van verenigingen en stichtingen om van deze mogelijkheid gebruik te maken vooralsnog gering is.

De nieuwe landelijke regeling volgt op jaren waarin gemeenten sterk uiteenlopend beleid voerden rond de jaarwisseling. Bij de jaarwisseling van 2025 naar 2026 hanteerden de Brabantse steden Tilburg en Eindhoven bijvoorbeeld een totaal vuurwerkverbod, terwijl andere gemeenten in de provincie volstonden met vuurwerkvrije zones op specifieke plekken. Die lappendeken aan regels zorgde voor verwarring tussen gemeenten onderling en maakte handhaving lastig, omdat inwoners van de ene gemeente naar de andere konden uitwijken om toch vuurwerk af te steken.
Landelijke wet na jaren van gemeentelijk maatwerk
Een landelijk vuurwerkverbod kon pas ingaan nadat zowel de Eerste als de Tweede Kamer ermee hadden ingestemd. Met die parlementaire goedkeuring kwam een einde aan de situatie waarin gemeenten zelf moesten bepalen hoe streng ze optraden tegen particulier vuurwerk. De Wet veilige jaarwisseling vervangt dat gemeentelijke maatwerk door één landelijk kader, waarin het afsteken van siervuurwerk is voorbehouden aan georganiseerde verbanden.

Verenigingen en stichtingen krijgen exclusieve rol
Onder de nieuwe wet is het afsteken van siervuurwerk, cakes en fonteinen voorbehouden aan verenigingen en stichtingen. Dit betekent dat individuele burgers dit type vuurwerk niet langer op straat of in de eigen tuin mogen aansteken. Wie tijdens de komende jaarwisseling toch siervuurwerk wil zien afgaan, is daarmee afhankelijk van een vereniging of stichting die de organisatie op zich neemt.
Die constructie vraagt om initiatief vanuit het verenigingsleven zelf. Een stichting of vereniging moet zich organiseren, verantwoordelijkheid nemen voor de uitvoering en zich naar verwachting aan aanvullende voorwaarden houden om siervuurwerk te mogen afsteken. Het is een fundamenteel andere aanpak dan de situatie waarin individuele huishoudens zelf vuurwerk kochten en afstaken.

Animo bij verenigingen blijft vooralsnog beperkt
Ondanks dat de wet sinds augustus daadwerkelijk van kracht is, blijkt de belangstelling van verenigingen en stichtingen om hiervan gebruik te maken nog gering. Dat betekent dat het aantal partijen dat zich klaarmaakt om bij de komende jaarwisseling siervuurwerk, cakes of fonteinen af te steken, tot dusver achterblijft bij wat de wet mogelijk maakt.
Deze terughoudendheid raakt de kern van hoe de jaarwisseling er dit jaar uit gaat zien. Waar particulieren voorheen zelf vuurwerk afstaken, hangt het nu af van de bereidheid van verenigingen en stichtingen of er op straatniveau nog siervuurwerk te zien zal zijn. Blijft die animo laag, dan zal de komende jaarwisseling merkbaar stiller verlopen dan voorgaande jaren, althans wat siervuurwerk betreft.

Gevolgen voor de praktijk rond de jaarwisseling
Voor gemeenten en hulpdiensten kan een lagere deelname van verenigingen en stichtingen gevolgen hebben voor hoe de jaarwisseling verloopt. Bij eerdere jaarwisselingen, toen gemeenten nog eigen verboden en vuurwerkvrije zones hanteerden, hoopten hulpdiensten al op een rustig verloop. Een landelijke beperking tot georganiseerde verbanden sluit aan bij die wens, omdat minder verspreid particulier vuurwerkgebruik in theorie leidt tot minder incidenten.
Tegelijkertijd verandert de geringe belangstelling van verenigingen niets aan de kern van de wet: particulieren mogen siervuurwerk, cakes en fonteinen niet meer zelf afsteken, ongeacht hoeveel verenigingen zich daadwerkelijk aanmelden. De wet stelt daarmee een grens aan wie vuurwerk mag afsteken, los van de vraag hoeveel gebruik daarvan wordt gemaakt.

Verschil met eerdere gemeentelijke aanpak
De overstap van gemeentelijk naar landelijk beleid markeert een duidelijke breuk met de situatie van de afgelopen jaren. Voorheen bepaalde elke gemeente zelf of en waar vuurwerk mocht worden afgestoken, wat leidde tot een wisselend beeld tussen buurgemeenten. Tilburg en Eindhoven kozen voor een volledig verbod, terwijl omliggende gemeenten alleen specifieke zones aanwezen waar geen vuurwerk mocht worden afgestoken. Met de Wet veilige jaarwisseling geldt nu overal in Nederland hetzelfde uitgangspunt: siervuurwerk is voorbehouden aan verenigingen en stichtingen.
Of deze landelijke aanpak per gemeente op dezelfde manier wordt toegepast, hangt af van hoeveel lokale verenigingen en stichtingen zich daadwerkelijk melden om van de regeling gebruik te maken. Zolang die belangstelling gering blijft, zal het straatbeeld tijdens de komende jaarwisseling in veel gemeenten waarschijnlijk minder siervuurwerk laten zien dan voorheen, simpelweg omdat er minder partijen zijn die het mogen en willen organiseren.

Actuele stand richting de jaarwisseling
Met de jaarwisseling van 2026 naar 2027 in aantocht, blijft de vraag hoeveel verenigingen en stichtingen zich alsnog zullen melden om siervuurwerk, cakes en fonteinen af te steken. De wet zelf is sinds augustus onverkort van kracht. Het aantal organisaties dat daadwerkelijk gebruikmaakt van de mogelijkheid om vuurwerk af te steken, bepaalt uiteindelijk hoe zichtbaar siervuurwerk deze jaarwisseling nog zal zijn in de Nederlandse straten.
Bronnen en credits
Bronnen: NRC, Telegraaf.nl, omroepbrabant.nl, voetbal.headliner.nl, sportnieuws.nl
Foto: Vuurpijl ontploft in de nachtlucht tijdens de jaarwisseling — Freddy2001 (bron), CC BY-SA 3.0
Foto: Siervuurwerk boven een stad tijdens de jaarwisseling — Freddy2001 (bron), CC BY-SA 3.0
Foto: Vuurwerk boven huizen aan het water tijdens de jaarwisseling — Freddy2001 (bron), CC BY-SA 3.0










