Politieagenten, brandweerlieden, militairen, boa’s en ambulancemedewerkers staan bij ernstige incidenten vaak naast elkaar. Ze zien dezelfde ongelukken, hetzelfde geweld en dezelfde slachtoffers. Als iemand daar psychisch aan onderdoor gaat, hangt de hulp echter sterk af van het beroep dat hij uitoefent.

Kamerleden vinden dat oneerlijk en pleiten daarom voor één landelijk PTSS-loket voor alle geüniformeerden. Dat loket moet onafhankelijk zijn. Het verschil is vooral zichtbaar bij de brandweer: daar geldt sinds 1 februari een landelijke regeling, terwijl die bij andere beroepsgroepen ontbreekt.
Erkenning verschilt per beroep
De erkenning van posttraumatische stressstoornis (PTSS) als beroepsziekte loopt sterk uiteen. Bij de politie en Defensie is PTSS erkend als beroepsziekte. Bij ambulancemedewerkers en boa’s is dat landelijk niet geregeld. Zij zijn daardoor afhankelijk van hun eigen werkgever.
Behalve per beroep verschilt de hulp ook per werkgever en per regio. De ene medewerker krijgt uitgebreide begeleiding, terwijl een ander veel minder ondersteuning ontvangt. Kamerlid Songül Mutluer noemt die ongelijkheid de aanleiding voor haar voorstel voor één centraal aanspreekpunt.
Initiatief uit de Tweede Kamer
Mutluer diende samen met D66 en het CDA een initiatiefnota in om het probleem aan te pakken. Ook de Kamerleden Straatman en Mathlouti maken zich hard voor het loket. Zij vinden dat alle hulpverleners en mensen in uniform dezelfde behandeling verdienen als ze met PTSS te maken krijgen.
Het gaat nadrukkelijk om meer dan politie en Defensie. Ook ambulancepersoneel, kustwachtpersoneel en vrijwilligers bij reddingsbrigades moeten er terechtkunnen. Wie in zijn werk wordt blootgesteld aan traumatische ervaringen, moet volgens de Kamerleden hulp kunnen krijgen bij de verwerking daarvan.
Wat het loket moet bieden
Volgens Mutluer moet het loket kennis en hulp bundelen en laagdrempelig toegankelijk zijn. Hulpverleners moeten er dus makkelijk terechtkunnen, zonder eerst een ingewikkelde route langs werkgever en instanties te hoeven afleggen. Het loket moet onafhankelijk blijven van de werkgever.
Daarbij kan volgens haar gebruik worden gemaakt van bestaande structuren. Als voorbeeld noemt ze de zorg voor veteranen. Een loket hoeft dus niet helemaal opnieuw te worden opgebouwd, maar kan voortbouwen op wat er al is. Over de precieze vorm moet de Tweede Kamer nog verder praten.
De regeling voor de brandweer
Het onderwerp kreeg eerder aandacht door de Zembla-uitzending ‘Opgebrand’, waarin brandweermensen vertelden over de heftigheid van hun werk. Ze rukken niet alleen uit voor branden, maar ook voor het uit auto’s knippen van zwaargewonde mensen, bij verdrinkingen en reanimaties. Doordat PTSS destijds niet landelijk als beroepsziekte werd erkend, werden getroffen brandweermensen gekort op hun salaris. Sommigen moesten zelf psychologische hulp regelen.

Bij de brandweer is wel een landelijke aanpak. Sinds 1 februari geldt een landelijke PTSS-regeling voor medewerkers en vrijwilligers van alle 25 veiligheidsregio’s. Daarmee is er één uniforme werkwijze voor het behandelen van aanvragen en ondersteuning. De regeling erkent PTSS als beroepsziekte en geeft duidelijkheid over begeleiding en vergoedingen.
Voor een diagnose kunnen medewerkers terecht bij een diagnostisch instituut. Een landelijke, onafhankelijke adviescommissie adviseert de veiligheidsregio’s over de vraag of PTSS beroepsgerelateerd is. In die commissie zitten leden met een medische en een juridische achtergrond, aangevuld met een voorzitter die het werkveld kent.
Uitvoering ligt bij de regio’s
De regeling kwam tot stand dankzij de veiligheidsregio’s, de vakbonden en het ministerie van Justitie en Veiligheid. De 25 regio’s zijn werkgever. Zij informeren hun medewerkers en helpen hen bij het indienen van aanvragen bij de adviescommissie. De regeling wordt stapsgewijs in gebruik genomen.
Voor andere beroepsgroepen bestaat zo’n landelijke afspraak niet. Daar zit voor de Kamerleden het probleem. Als de brandweer een uniforme regeling heeft en ambulancepersoneel en boa’s niet, krijgen mensen met dezelfde klachten na vergelijkbare incidenten nog steeds niet dezelfde hulp.
Verhalen van Renaldo en Edwin
Hoe belangrijk nazorg is, weet Renaldo Ishaak uit eigen ervaring. Hij werkt voor de Koninklijke Marechaussee en was als hulpverlener betrokken bij de aanslag in Apeldoorn op Koninginnedag, de Schipholbrand en de crash van een vliegtuig van Turkish Airlines bij Schiphol in 2009. Later kreeg hij zelf PTSS.
Ambulancemedewerker Edwin hield PTSS over aan een incident tijdens het vervoer van een persoon uit een cel naar een ggz-instelling. Die persoon rukte zich los van de brancard en viel hem aan. Edwin kon lange tijd niet werken. Hij heeft zijn werk weer opgepakt, maar heeft soms nog angstklachten.
Werkgevers blijven verantwoordelijk
Ishaak geeft al meerdere jaren gastlessen over PTSS bij de politie, Defensie en de brandweer. Hij en Edwin pleiten voor goede nazorg voor alle geüniformeerden. Een onafhankelijk loket komt volgens de betrokkenen vooral ten goede aan mensen die door hun omstandigheden nu buiten de boot vallen.

Ook politieagent Dick steunt het loket. Hij benadrukt wel dat werkgevers verantwoordelijk moeten blijven voor goede nazorg. Volgens hem speelt de machocultuur in uniformberoepen nog altijd een rol, waardoor medewerkers niet snel over angst of verdriet praten. De initiatiefnota ligt nu bij de Tweede Kamer.
Bronnen en credits
Bronnen: Hart van Nederland, Nieuws van de Dag, hulpverlening.nl, bnnvara.nl, brandweer.nl
Foto: Brandweerkazerne in Uithuizen — Mr-ahk (bron), CC BY-SA 4.0
Foto: Ambulance geparkeerd langs een stoep — Guillaume Vachey from Chalon sur Saone, France (bron), CC0
Foto: Brandweerkazerne in Muiden — Steven Lek (bron), CC BY-SA 4.0










