Wie in een uithoek van Nederland woont en geen auto heeft, krijgt mogelijk straks de hele dag de keuze uit vervoer op bestelling. Staatssecretaris Annet Bertram (Infrastructuur, CDA) wil openbaar vervoer en onder meer leerlingenvervoer combineren in regio’s waar de bereikbaarheid achteruitgaat. Dat schrijft ze in een Kamerbrief.

Het gaat om een verschuiving van klassiek openbaar vervoer naar ‘publieke mobiliteit’: vervoer dat de hele dag voor iedereen te boeken is. Voor wie nu afhankelijk is van een bus die steeds minder vaak rijdt, kan dat een groot verschil maken. Het plan staat nog op papier en is een voornemen van het kabinet.
Een kwart van de huishoudens heeft geen auto
Het kabinet maakt zich zorgen over de afnemende bereikbaarheid van voorzieningen in verschillende regio’s. Vooral ouderen, jongeren en mensen zonder auto ondervinden daar problemen. Een kwart van de huishoudens beschikt niet over een auto en leunt daardoor sterker op openbaar vervoer, fiets en deelmobiliteit.
De gevolgen zijn concreet bij ziekenhuizen, onderwijs en werk. In 2022 kon bijna één op de acht ouderen geen ziekenhuis of buitenpolikliniek binnen 45 minuten bereiken. Goede bereikbaarheid geldt volgens het kabinet als voorwaarde om volwaardig aan de samenleving te kunnen deelnemen.
Wmo-busjes gaan open voor meer reizigers
Een belangrijk onderdeel is het Wmo-vervoer. De busjes voor ouderen en mensen met een beperking moeten ook voor meer mensen toegankelijk worden. Dat betekent dat voertuigen die nu voor één doelgroep rijden, straks ook andere reizigers kunnen meenemen, zodat in dunbevolkte gebieden meer vervoer beschikbaar komt.
Het huidige systeem werkt volgens het kabinet niet altijd efficiënt. Er zijn chauffeurstekorten en verschillende vervoersvormen, zoals regulier openbaar vervoer, leerlingenvervoer en Wmo-vervoer, rijden grotendeels naast elkaar. In het doelgroepenvervoer werd in 2022 zelfs 40 procent van de kilometers zonder passagiers gereden.
Studenten mogelijk ook aan boord
Bertram kijkt samen met het ministerie van Onderwijs of ook studenten toegang tot de publieke mobiliteit kunnen krijgen. Dat is nadrukkelijk nog een onderzoek. Een besluit is er niet, en het is dus niet zeker dat studenten straks gebruik kunnen maken van het vervoer op afroep.
Het plan moet bovendien voorzieningen als zorgcentra en cultuurinstellingen beter bereikbaar maken. Daarmee gaat het niet alleen over de reis naar school of werk. Ook een bezoek aan het buurtcentrum, de huisarts of een voorstelling moet binnen bereik blijven voor wie niet zelf kan rijden.
Eén punt waar alle aanvragen binnenkomen
Hoe dat in de praktijk moet werken, legt Bertram uit aan de hand van een mobiliteitscentrale. “Een mobiliteitscentrale is de spil in het geheel”, schrijft ze. “Hier komen alle aanvragen binnen, kent men de kenmerken van alle reizigers en is men in staat om de beschikbare voertuigen optimaal in te zetten.”

Het idee is een vraaggestuurd systeem dat van vroeg tot laat beschikbaar is. In gebieden met weinig regulier openbaar vervoer moeten openbaar vervoer, flexibel vervoer en doelgroepenvervoer slimmer worden gecombineerd. De reiziger boekt een rit en de centrale bepaalt welk voertuig die rit het best kan uitvoeren.
Zeven regio’s testen al
Het ministerie begint niet bij nul. In zeven regio’s lopen al projecten rond publieke mobiliteit. Daarnaast moeten regio’s bereikbaarheidsprofielen opstellen, waarna per gebied wordt bepaald welke maatregelen nodig zijn. Het Rijk wil daarbij sterker sturen op bereikbaarheid met meerdere vervoerswijzen.
Het Routeplan om de regionale bereikbaarheid te versterken rust op drie principes: toegang tot essentiële voorzieningen, optimale benutting van de bestaande vervoerscapaciteit en regionaal maatwerk. Bereikbaarheid wordt daarbij gekoppeld aan onder meer woningbouw, economie en defensie. Begin 2027 volgt een kabinetsstandpunt over publieke mobiliteit.
Platteland en stad hebben andere problemen
De problemen verschillen sterk per gebied. In landelijke gebieden dreigt een neerwaartse spiraal: minder reizigers leiden tot minder aanbod, waarna het gebruik verder afneemt. In steden is juist sprake van ruimte- en capaciteitsgebrek, vooral tijdens de spits. Daarom past een vaste oplossing voor het hele land volgens het plan niet.
Voor bewuste reiskeuzes wil het kabinet spitsreizen spreiden en verminderen. Het investeert in lopen, fietsen, deelmobiliteit en mobiliteitshubs. Tussen 2027 en 2035 zijn ongeveer honderd hubs voorzien. De invulling van zo’n knooppunt verschilt per gebied, afhankelijk van wat reizigers daar nodig hebben.
Pilots met zelfrijdende voertuigen
De vierde route van het Routeplan draait om innovatie. Daaronder vallen pilots met autonoom rijdende voertuigen, Bus Rapid Transit en zogenoemde snelwegstations. Zulke vernieuwingen kunnen ook bijdragen aan het oplossen van de chauffeurstekorten, die het huidige vervoer onder druk zetten.
Hoe snel dit alles in de regio’s zichtbaar wordt, hangt mede af van het geld. Op Prinsjesdag kondigde het kabinet een jaarlijks bedrag van 300 miljoen euro aan om de regionale bereikbaarheid te verbeteren. Het budget loopt op: 100 miljoen euro in 2028, 200 miljoen euro in 2029 en vanaf 2030 jaarlijks 300 miljoen euro.
Wat reizigers voorlopig merken
Voor reizigers verandert er op dit moment nog niets. De Kamerbrief beschrijft een richting en geen kant-en-klaar systeem. Wie in een van de zeven proefregio’s woont, kan de plannen eerder in de praktijk zien dan mensen elders, waar eerst een bereikbaarheidsprofiel moet liggen.

Het volgende vaste moment is begin 2027, wanneer het kabinet een standpunt over publieke mobiliteit wil presenteren. Daarna moet duidelijk worden welke regio’s als eerste aan de slag gaan, wie er van de busjes gebruik mag maken en of studenten daar uiteindelijk ook bij horen.
Bronnen en credits
Bronnen: De Dagelijkse Standaard, Nederlands Dagblad, Nieuws.nl, gemeente.nu, nieuwskoerier.nl, treinreiziger.nl
Foto: Stadsbus die een bocht neemt bij een gebouw — Anthony Levrot (bron), CC BY-SA 4.0
Foto: Bus van opzij gezien — Anthony Levrot (bron), CC BY-SA 4.0
Foto: Trolleybus in een stadsstraat — Chris GBNL from Apeldoorn, Netherlands (bron), CC BY-SA 2.0










