Raad van State kraakt voorstel voor hoofddoekverbod bij boa’s: ´Waarom is dit nodig?´

De Raad van State heeft stevige kritiek op het initiatiefwetsvoorstel van VVD Kamerlid Claire Martens America om buitengewoon opsporingsambtenaren, beter bekend als boa’s, landelijk te verbieden religieuze uitingen te dragen tijdens hun werk. Het gaat onder meer om een hoofddoek, keppeltje of kruisje. Volgens de Raad van State is onvoldoende aangetoond waarom zo’n ingrijpende maatregel noodzakelijk is.

In het advies, dat maandag verscheen, stelt de belangrijkste adviseur van regering en parlement dat de onderbouwing tekortschiet. Zo ontbreken concrete voorbeelden waaruit blijkt dat zichtbare religieuze symbolen bij boa’s in de praktijk tot problemen leiden. Martens America krijgt daarom het advies haar voorstel beter te motiveren, aan te passen of er helemaal van af te zien.

Onvoldoende bewijs voor de noodzaak van een verbod

Het wetsvoorstel is gebaseerd op het uitgangspunt dat de overheid religieus neutraal moet zijn. Volgens Martens America hoort een uniform daarom vrij te zijn van zichtbare religieuze uitingen. De Raad van State vraagt zich echter af waarom dit uitgangspunt in het geval van alle boa’s noodzakelijkerwijs tot een landelijk verbod moet leiden.

In de toelichting wordt volgens het advies onvoldoende duidelijk gemaakt welke concrete problemen het dragen van bijvoorbeeld een hoofddoek of keppeltje veroorzaakt. Dat is een belangrijk punt, omdat het voorstel niet alleen kledingvoorschriften verandert, maar ook ingrijpt in grondrechten. De initiatiefneemster moet volgens de Raad van State daarom duidelijker uitleggen welk probleem zij wil oplossen en waarom juist deze maatregel daarvoor nodig is.

Niet iedere boa heeft dezelfde functie

Een ander punt van kritiek is dat het voorstel onvoldoende rekening houdt met de grote verschillen tussen boa’s. Zij werken in uiteenlopende functies, hebben verschillende bevoegdheden en houden zich bezig met uiteenlopende taken. Ook hun werkgevers verschillen. Sommige boa’s werken voor gemeenten, terwijl andere organisaties eveneens buitengewoon opsporingsambtenaren inzetten.

Volgens de Raad van State moet duidelijker worden gemaakt waarom één algemene regel voor al deze functies noodzakelijk is. De omstandigheden waarin boa’s hun werk uitvoeren, kunnen immers sterk uiteenlopen. Zonder een nadere analyse blijft volgens het advies onduidelijk waarom een landelijk verbod de aangewezen oplossing is en waarom er geen ruimte zou mogen blijven voor verschillen tussen functies.

Lees ook:  Heartstopper-ster Joe Locke ontroert Nederlandse premier: 'Vriendelijkheid doet ertoe'

Godsdienstvrijheid en gelijke behandeling staan op het spel

De kritiek raakt rechtstreeks aan de grondrechten die in Nederland worden beschermd. Een verbod op zichtbare religieuze uitingen beperkt volgens de Raad van State de vrijheid van godsdienst en raakt ook aan het recht op gelijke behandeling. Een dergelijke beperking vraagt daarom om een overtuigende juridische en inhoudelijke rechtvaardiging.

De Raad van State benadrukt dat het voorstel dragend moet worden gemotiveerd. Dat betekent dat de argumenten voldoende concreet en overtuigend moeten zijn om de ingreep in deze rechten te rechtvaardigen. Als die onderbouwing ontbreekt, ligt het volgens het advies voor de hand om het voorstel aan te passen of ervan af te zien.

Een bestaande richtlijn is niet verplicht

De discussie over religieuze uitingen bij boa’s speelt al langer. Het toenmalige kabinet stelde in 2022 een richtlijn op waarin staat dat boa’s zich zo neutraal mogelijk moeten kleden. Volgens die richtlijn mogen zij onder meer geen hoofddoek of keppeltje dragen. De richtlijn is echter niet bindend voor gemeenten, waardoor er in de praktijk verschillende regels bestaan.

Om een verbod landelijk juridisch af te dwingen, is volgens NU.nl een wettelijke regeling nodig. Het ministerie van Justitie en Veiligheid liet eind vorig jaar weten zo snel mogelijk met een afzonderlijk wetsvoorstel te willen komen. Dat voorstel is er nog niet. Een landelijk verbod werd bovendien niet opgenomen in het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA.

Eerdere poging liep vast bij de Raad van State

Het vorige kabinet wilde het verbod invoeren via een algemene maatregel van bestuur, afgekort AMvB. Daarvoor zou geen afzonderlijke wetswijziging nodig zijn geweest. De Raad van State oordeelde vorig jaar echter dat deze route te diep ingreep in de grondrechten. Een beperking van de godsdienstvrijheid kan niet zomaar via zo’n maatregel worden geregeld en vereist een wettelijke basis.

Lees ook:  Van Weel krijgt Kamerkritiek na rapport: 'Onterecht beeld van meldingen bij zedenzaken'

Martens America kiest met haar initiatiefwetsvoorstel voor een andere route. Een wet moet zowel de Tweede Kamer als de Eerste Kamer de gelegenheid geven zich over het voorstel uit te spreken. Daarmee wordt het eerdere procedurele bezwaar aangepakt. De nieuwe kritiek gaat echter vooral over de vraag of er voldoende inhoudelijke argumenten zijn om het verbod noodzakelijk te noemen.

Gemeenten hanteren verschillende kledingregels

In verschillende gemeenten mogen boa’s tijdens hun werk wel religieuze symbolen dragen. Dat geldt onder meer in Amsterdam, Arnhem en Tilburg. Ook Den Haag, Eindhoven en Utrecht behoren tot de gemeenten waar volgens de toelichting bij het wetsvoorstel ruimte bestaat voor zichtbare religieuze uitingen. In totaal zouden inmiddels elf gemeenten van die mogelijkheid gebruikmaken.

Het voorstel van Martens America moet een einde maken aan deze verschillen. Het beoogde verbod geldt uitsluitend voor geüniformeerde boa’s wanneer zij tijdens hun werk contact hebben met het publiek. Buiten die werksituatie zou de beperking niet gelden. Volgens de initiatiefneemster moeten burgers erop kunnen vertrouwen dat boa’s niet alleen onpartijdig handelen, maar ook een neutrale uitstraling hebben.

Martens America verdedigt haar voorstel

De VVD politica houdt vast aan haar uitgangspunt dat religieuze uitingen niet thuishoren bij een uniform van de overheid. ´In een seculier land´ moet volgens haar duidelijk zichtbaar zijn dat een ambtenaar onafhankelijk optreedt. Op X schreef ze dat vergelijkbare regels al gelden voor defensie en politie en dat het volgens haar tijd is om die ook voor boa’s in te voeren.

In de toelichting erkent Martens America dat een verbod de vrijheid van godsdienst beperkt. Zij vindt die beperking echter gerechtvaardigd en proportioneel en verwijst daarbij naar jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Naar aanleiding van het advies van de Raad van State heeft zij laten weten dat ze het eerst gaat bestuderen en vervolgens een reactie zal schrijven.

Lees ook:  Halsema deelt persoonlijke brief aan Ye alleen na vragen van journalisten: 'Ik zou u liever uit onze stad weren'

Maatschappelijke organisaties waarschuwen voor discriminatie

Ook verschillende maatschappelijke organisaties hebben kritiek op het initiatief. Het College voor de Rechten van de Mens, de FNV, het Nederlands Juristen Comité voor de Mensenrechten en samenwerkende moskeekoepels vinden dat onvoldoende is aangetoond dat zichtbare religieuze uitingen de neutraliteit van boa’s aantasten. Zij waarschuwen dat het verbod in de praktijk tot indirecte discriminatie kan leiden.

Volgens deze organisaties kunnen de gevolgen vooral groot zijn voor vrouwen die een hoofddoek dragen. Martens America stelt daartegenover dat het haar niet gaat om het gedrag of de persoonlijke overtuiging van individuele boa’s, maar om de institutionele uitstraling van het ambt en het vertrouwen in een onpartijdige overheid. De discussie draait daarmee om de vraag hoe neutraliteit van de overheid zich verhoudt tot de individuele grondrechten van ambtenaren.

Wat gebeurt er nu met het wetsvoorstel?

Het advies van de Raad van State is niet bindend. Martens America kan de ontbrekende onderbouwing aanvullen, het voorstel wijzigen of besluiten het in te trekken. Vooral de vraag naar concrete praktijkvoorbeelden en de verschillen tussen boa functies zal daarbij van belang zijn.

Hoewel er in de Tweede Kamer al jaren steun bestaat voor een landelijk verbod, is een wettelijke regeling tot nu toe uitgebleven. Bovendien is niet volledig duidelijk hoeveel gemeenten daadwerkelijk gebruikmaken van de mogelijkheid om religieuze uitingen toe te staan. Uit een rondgang van de NOS in 2024 bleek dat in Arnhem, Utrecht en Tilburg nauwelijks of geen aanvragen waren ingediend. De komende reactie van Martens America moet duidelijk maken hoe zij de bezwaren van de Raad van State wil beantwoorden.

Bronnen en credits

Wat vind jij van dit artikel?

0 reacties · 0 keer gedeeld

Laatste video's