Het Centraal Planbureau (CPB) heeft berekend dat het verkorten van de maximale WW-duur slechts een beperkt effect heeft op de werkgelegenheid. Een verkorting naar 18 of naar 12 maanden levert volgens de rekenmeesters ongeveer 8000 extra voltijdsbanen op, oftewel 0,1 procent extra werkgelegenheid. Dat is een kleine fractie van het totale aantal mensen dat nu een WW-uitkering ontvangt of werkloos is. Het kabinet had de doorrekening gevraagd nadat een eerder plan om de WW-duur in te korten op fel verzet stuitte.
Het ministerie van Sociale Zaken vroeg deskundigen van het CPB de effecten te onderzoeken van een verkorting van de maximale WW-duur van 24 naar 18 of 12 maanden. Vakbonden en meerdere oppositiepartijen hadden zich fel gekeerd tegen kabinetsplannen om te bezuinigen op de sociale zekerheid. Uit protest organiseerden de bonden onlangs onder meer een landelijke ov-staking, waardoor een hele dag geen treinen reden. Volgens meerdere bronnen heeft het kabinet zijn plannen voor verkorting van de WW-duur en de gekoppelde hogere uitkering in de eerste twee maanden uitgesteld tot 1 januari 2029. Andere berichtgeving meldt juist dat het kabinet vasthoudt aan het plan om de WW-duur naar twaalf maanden terug te brengen, en dat alleen het voornemen om de hoogte van de uitkering te verlagen al van tafel is. Er bestaan dus tegenstrijdige berichten over de precieze status van de plannen.
Twee scenario’s, twee bedragen
Het CPB rekende twee varianten door. Een verkorting van 24 naar 18 maanden levert volgens de doorrekening een besparing op van 400 miljoen euro per jaar. Een verkorting naar 12 maanden zou de overheidsuitgaven met maximaal 1,3 miljard euro per jaar verminderen. Beide varianten leiden tot dezelfde structurele werkgelegenheidsgroei van 0,1 procent, maar de besparing verschilt fors omdat de verkorting naar 12 maanden een bredere groep werklozen raakt, waaronder mensen met een korter arbeidsverleden.
Aantal uitkeringen en werklozen
De cijfers over de omvang van de WW-populatie zetten het effect van de maatregel in perspectief. Eind augustus telde uitkeringsinstantie UWV 194.780 WW-uitkeringen, terwijl er in diezelfde maand 408.000 werklozen waren in Nederland. Alleen ouderen die tientallen jaren hebben gewerkt, hebben recht op de maximale WW-duur van 24 maanden. Het CPB wijst er ook op dat het effect nog kleiner kan uitvallen: als werkgevers en vakbonden in cao’s aanvullende afspraken maken om oudere werklozen tegemoet te komen, daalt het aantal van 8000 extra banen verder.
Vijlbrief: personeelstekort weegt zwaar
Minister Hans Vijlbrief van Sociale Zaken en Werkgelegenheid ziet verkorting van de WW-duur als manier om meer mensen aan het werk te krijgen. Hij zei vorige week: “Er is personeelstekort en de kosten van de verzorgingsstaat moeten door steeds minder mensen worden opgebracht. Tegelijkertijd zitten er relatief veel mensen in een uitkering. Het is zowel beter voor de mensen zelf als voor onze welvaart als zij werken.” De minister ligt in de clinch met de vakbonden over zijn plannen voor de sociale zekerheid. De bonden eisen dat de voorstellen volledig van tafel gaan.
Vakbonden: ouderen de dupe
Volgens de vakbonden zijn vooral oudere werklozen de klos bij een kortere WW-duur, omdat zij vaak moeilijker nieuw werk vinden maar straks minder lang aanspraak kunnen maken op een uitkering. De bonden willen alleen onderhandelen als het kabinet met een schone lei begint, wat betekent dat de huidige voorstellen eerst moeten verdwijnen. PRO-voorman Jesse Klaver benadrukte na Prinsjesdag opnieuw de aanpassingen van het kabinet niet te accepteren, ook al zijn de plannen inmiddels op onderdelen bijgesteld.
Waarom 12 maanden meer oplevert dan 18
Het verschil in besparing tussen beide varianten hangt samen met wie de maatregel raakt. Een verkorting naar 18 maanden heeft een beperkt effect, omdat een groot deel van de mensen met een WW-uitkering nu al een kortere maximale duur heeft dan 18 maanden. Een verkorting naar 12 maanden raakt daarentegen een bredere groep, waaronder mensen met een korter arbeidsverleden, en verhoogt de financiële druk om sneller werk te aanvaarden sterker dan een verkorting naar 18 maanden. Het CPB verklaart zo waarom eenzelfde werkgelegenheidswinst van 0,1 procent bij de meest vergaande variant toch tot een veel grotere besparing leidt.
Meer varianten doorgerekend
Naast de duurverkorting onderzocht het CPB ook andere ingrepen, zoals aanpassingen van de hoogte van de WW-uitkering in de eerste twee maanden. Bij die variant was het effect op de werkgelegenheid nog kleiner dan bij het inkorten van de maximale duur. Het planbureau benadrukt in zijn rapportage dat het kabinet geen wonderen moet verwachten van welke van de doorgerekende maatregelen dan ook: de werkgelegenheidswinst blijft in alle scenario’s beperkt tot een fractie van een procent.
Vervolg blijft onzeker
De uitkomst van de doorrekening verandert vooralsnog niets aan de impasse tussen kabinet en vakbonden. De bonden houden vast aan hun eis dat de plannen volledig worden ingetrokken voordat gesprekken kunnen beginnen. Over de precieze planning van een eventuele verkorting van de WW-duur bestaat, gezien de uiteenlopende berichtgeving over uitstel tot 2029 dan wel vasthouden aan het twaalf-maanden-plan, nog geen eenduidig beeld.
Bronnen en credits
Bronnen: AD, NU.nl, Nederlands Dagblad, Nieuws.nl, Welingelichte Kringen, zeelandnet.nl








