Sinds 24 september zijn vier mensen overleden aan een besmetting met het westnijlvirus. Dat maakte het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) donderdag 1 oktober bekend in Bilthoven. In dezelfde periode zijn twaalf nieuwe besmettingen geregistreerd. Het totale aantal gemelde besmettingen in Nederland komt daarmee op 56.

Alle nieuwe patiënten raakten besmet door een muggenbeet
Alle nieuwe patiënten kregen het virus door de beet van een besmette mug. Bij de meeste patiënten werd de besmetting vastgesteld nadat zij met klachten in het ziekenhuis waren opgenomen. Dat past bij het beeld dat het RIVM eerder schetste: het gaat vooral om gevallen waarbij mensen ziek genoeg werden om medische hulp te zoeken.
De cijfers zijn in een week tijd verder opgelopen. Bij de vorige update, op 24 september, stond het totaal op 44 besmettingen, na zestien nieuwe meldingen in de week daarvoor. Nu zijn dat er twaalf bij gekomen. De groei is dus iets afgenomen ten opzichte van een week eerder.
Zuid-Holland blijft het zwaarst getroffen
De besmettingen zijn verspreid over zes provincies. Met 32 gevallen heeft Zuid-Holland verreweg de meeste besmettingen, gevolgd door Utrecht met twaalf. In Noord-Holland zijn vijf besmettingen vastgesteld, in Noord-Brabant vier, in Gelderland twee en in Overijssel één.
Een week eerder stond Zuid-Holland nog op 23 besmettingen en Utrecht op tien. Het aantal gevallen in beide provincies is daarmee het sterkst gestegen. Het RIVM schat in dat het werkelijke aantal besmettingen in Nederland veel hoger ligt dan het aantal gemelde gevallen, omdat veel besmette mensen geen of nauwelijks klachten krijgen en dus niet worden getest.
RIVM verwacht dat de piek achter de rug is
Ondanks de nieuwe besmettingen en sterfgevallen verwacht het RIVM dat de piek van de uitbraak inmiddels achter ons ligt. Het instituut baseert die verwachting op de afname van het aantal nieuwe infecties in de afgelopen weken. Het gaat daarbij nadrukkelijk om een verwachting: het RIVM stelt niet dat de uitbraak definitief voorbij is.
Of het westnijlvirus bij alle vier de nieuwe overledenen de directe doodsoorzaak was, maakt het RIVM niet bekend. Bij eerdere overlijdens liet het instituut al weten dat een kwetsbare gezondheid een rol kan spelen. Vanwege de privacy worden geen details over de patiënten gegeven.
Zo verspreidt het virus zich
De overledenen zijn niet de enige mensen die in Nederland ernstig ziek werden. Negen mensen overleden inmiddels aan een besmetting met het virus: vijf bij de vorige update en vier daarna. Bij de meeste patiënten werd het virus pas vastgesteld toen zij met klachten in het ziekenhuis lagen. Daardoor is het beeld van het aantal besmettingen waarschijnlijk onvolledig.
Het westnijlvirus wordt overgebracht door steekmuggen. Een mug raakt besmet nadat ze een besmette vogel heeft gestoken en kan het virus daarna doorgeven aan mensen. Mensen kunnen elkaar in het dagelijks contact niet besmetten. Uitzonderingen zijn bloedtransfusies en orgaantransplantaties, waarbij het virus wel kan worden overgedragen.
Daarom werd eerder dit jaar de controle op bloeddonaties weer ingevoerd. Bloedbank Sanquin test in negen provincies alle bloeddonaties op het virus. Die controle was afgeschaft, omdat het virus jarenlang niet in Nederland was aangetroffen. Bij een van de besmette patiënten werd het virus gevonden tijdens wetenschappelijk onderzoek van Sanquin Research.
Van een eerste geval in Utrecht tot 56 besmettingen
Het virus circuleert dit jaar duidelijk breder dan eerder. Eind augustus meldde het RIVM een overlijden in de provincie Utrecht en telde het instituut toen drie meldingen van mensen die het virus waarschijnlijk in Nederland hadden opgelopen. Daarvóór was het virus al vastgesteld bij een bloeddonor uit Utrecht, die milde klachten had en niet recent in het buitenland was geweest.
Ook bij dieren is het virus aangetroffen. Bij de update van 24 september meldde het RIVM 48 nieuwe besmettingen bij paarden en 71 bij vogels. Dat toont aan dat het virus onder dieren in Nederland circuleert en door muggen kan worden verspreid.
Het virus werd dit jaar op meerdere plekken in Nederland vastgesteld. Een besmette vogel in Utrecht en een besmet paard in Zuid-Holland lieten al eerder zien dat het westnijlvirus op verschillende plaatsen circuleert. Ook de persoon die het virus opliep via een bloedtransfusie is inmiddels overleden, meldde het RIVM. Het ging om een patiënt die bloed kreeg van een besmette donor.
Wie loopt het meeste risico?
Volgens het RIVM heeft ongeveer 80 procent van de besmette mensen helemaal geen klachten. Ongeveer 19 procent krijgt griepachtige symptomen, zoals koorts en spierpijn. Ongeveer 1 procent krijgt neurologische klachten, zoals hersenontsteking of hersenvliesontsteking.
Vooral mensen boven de 50 en mensen met een verminderde weerstand lopen een groter risico om ernstig ziek te worden. Een klein deel van de mensen met ernstige westnijlkoorts overlijdt.

Wat nu volgt
Het RIVM publiceert regelmatig nieuwe cijfers over het verloop van de uitbraak. Met 56 gemelde besmettingen en een verwachte afname van het aantal nieuwe infecties is de stand van zaken nu dat het aantal gevallen nog toeneemt, maar langzamer dan voorheen.
Bronnen en credits
Bronnen: AD, NRC, Telegraaf.nl, Welingelichte Kringen, nos.nl, vrt.be
Foto: Een mug van de soort Culex pipiens op een lichte ondergrond — Donald Hobern from Copenhagen, Denmark (bron), CC BY 2.0
Foto: Een mug van de soort Culex pipiens op een houten rand — Jedesto (bron), CC BY-SA 4.0










