Het westnijlvirus lijkt in Nederland over zijn hoogtepunt heen. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) verwacht dat de piek van de uitbraak achter ons ligt, omdat het aantal nieuwe infecties de afgelopen weken is afgenomen. Toch eiste het virus sinds de vorige update van 24 september opnieuw vier levens. Daarnaast zijn twaalf nieuwe besmettingen geregistreerd, waarmee het totaal op 56 gemelde besmettingen komt.

Een uitbraak die sinds augustus bekend is
Sinds augustus zijn er op verschillende plekken in Nederland aanwijzingen gevonden dat het westnijlvirus rondgaat. Sindsdien volgen artsen, dierenartsen, virologen, epidemiologen en ecologen de ontwikkeling en verspreiding van het virus nauw. Door die samenwerking kunnen passende maatregelen worden genomen. Dat het virus zowel bij dieren als bij mensen voorkomt, maakt de monitoring complex en vraagt om kennis uit meerdere vakgebieden.
Volgens het RIVM is het virus afkomstig van vogels. Het kan daarna via muggen worden overgebracht op mensen en op andere zoogdieren. Een besmetting kan westnijlkoorts veroorzaken. De meeste besmette mensen krijgen daar geen klachten van, maar bij een klein deel van de patiënten verloopt de ziekte wel ernstig.
Van vogel naar mens via de mug
Het virus komt oorspronkelijk voor bij vogels. Via muggen, in Nederland vooral de huissteekmug, kan het worden doorgegeven aan mensen. Ook andere zoogdieren, zoals paarden, kunnen het virus oplopen. Alle patiënten bij wie de besmetting is vastgesteld, raakten besmet door een beet van een besmette mug. Mensen besmetten elkaar dus niet rechtstreeks: de mug is de schakel tussen dier en mens.
Een week eerder, op 24 september, meldde het RIVM dat er in totaal vier mensen waren overleden aan het westnijlvirus. Daar komen nu vier sterfgevallen bij. Het aantal gemelde overlijdens groeide daardoor in korte tijd van vier naar negen. Dat is meer dan een verdubbeling van het dodental binnen één week.
Vier doden en twaalf besmettingen sinds 24 september
De cijfers van het RIVM laten zien hoe de uitbraak zich de afgelopen week heeft ontwikkeld. Bij de vorige update werden zestien nieuwe besmettingen gemeld en stond het totaal op 44. Nu zijn dat er twaalf nieuwe, wat het totaal op 56 brengt. Het aantal nieuwe gevallen per week is dus kleiner geworden. Het totale aantal overleden patiënten staat inmiddels op negen.
Verdeling over zes provincies
De besmettingen zijn vastgesteld in zes provincies. Zuid-Holland telt er 32, gevolgd door Utrecht met 12 en Noord-Holland met 5. In Noord-Brabant zijn vier besmettingen vastgesteld, in Gelderland twee en in Overijssel één. De uitbraak concentreert zich daarmee in het westen van het land, al is het virus ook elders aangetroffen.
De provincies Zuid-Holland en Utrecht zijn samen goed voor 44 van de 56 gemelde besmettingen. In Noord-Holland, Noord-Brabant, Gelderland en Overijssel samen gaat het om twaalf gevallen. De besmettingen zijn dus niet over het hele land gelijkmatig verdeeld, maar komen vooral voor in het westen en midden van Nederland.
Waarom de meeste mensen niets merken
Hoewel het aantal doden de aandacht trekt, verloopt een besmetting bij de overgrote meerderheid mild. Ongeveer 80 procent van de besmette mensen krijgt geen klachten. Zo’n 19 procent ontwikkelt griepachtige klachten en slechts 1 procent wordt ernstig ziek. Het RIVM schat dat in totaal enkele duizenden mensen in Nederland het virus hebben opgelopen. Dat is een veelvoud van het aantal officieel gemelde besmettingen.
Het virus wordt overgebracht door huissteekmuggen. Die kunnen het doorgeven aan vogels, mensen en andere zoogdieren, zoals paarden. Een besmetting loopt dus altijd via een mug. Bij de meeste patiënten werd het westnijlvirus vastgesteld nadat zij met klachten in het ziekenhuis waren opgenomen.
Wanneer het virus gevaarlijk wordt
In een enkel geval kan een infectie leiden tot hersenontsteking, hersenvliesontsteking of een vorm van polio. Bij die symptomen lopen mensen een kleine kans om te overlijden. Dat verklaart waarom de officiële cijfers vooral patiënten betreffen die ziek genoeg waren om medische hulp te zoeken. Bij de meeste gemelde patiënten werd het westnijlvirus vastgesteld nadat zij met klachten in het ziekenhuis waren opgenomen.
Waarom het verschil tussen meldingen en besmettingen groot is
Omdat de meeste besmette mensen geen of nauwelijks klachten hebben, komen zij niet in de registratie terecht. Het aantal van 56 gemelde besmettingen zegt daardoor vooral iets over het aantal mensen dat daadwerkelijk ziek werd. De schatting van enkele duizenden besmettingen laat zien dat het virus zich breder heeft verspreid dan de meldingen doen vermoeden, zonder dat dit tot veel meer ernstige ziektegevallen heeft geleid.

Piek voorbij, maar de uitbraak loopt nog
De verwachting van het RIVM is gebaseerd op een meetbare trend: de afgelopen weken zijn er minder nieuwe infecties bijgekomen. Een piek die voorbij is, betekent echter niet dat de uitbraak is afgelopen. Nieuwe meldingen en overlijdens blijven mogelijk, ook omdat tussen een besmetting, de diagnose en een eventueel overlijden tijd kan zitten. Het RIVM blijft de ontwikkelingen volgen en publiceert periodiek een update met de actuele cijfers.
Bronnen en credits
Bronnen: AD, Nederlands Dagblad, Nieuws.nl, Parool.nl, RTL Nieuws, gooieneemlander.nl
Foto: Een mug van de soort Culex pipiens op een houten rand — Jedesto (bron), CC BY-SA 4.0
Foto: Een mug van de soort Culex pipiens op een lichte ondergrond — Donald Hobern from Copenhagen, Denmark (bron), CC BY 2.0










