De recente tragedie waarbij een jong kind betrokken raakte bij een verkeersongeval tijdens een politieachtervolging, heeft veel losgemaakt. Het roept vragen op over de proportionaliteit van politieoptreden en hoe agenten omgaan met situaties waarin zij onder grote druk staan. Oud-hoofdcommissaris en docent politie-ethiek Paul Jacobs licht in een radiogesprek toe hoe dergelijke situaties verantwoord benaderd zouden moeten worden.
Wanneer is een achtervolging gerechtvaardigd?
Volgens Jacobs moet het besluit om een achtervolging te starten altijd worden genomen op basis van een zorgvuldige afweging. Niet elke overtreding rechtvaardigt een risicovolle interventie. In dit geval ging het vermoedelijk om een verkeersovertreding, wat volgens hem onvoldoende reden is voor het inzetten van gevaarlijke middelen.
“Een verkeersovertreding is een van de minst zware feiten. Daarvoor een risicovolle achtervolging opstarten is niet verantwoord,” aldus Jacobs. Hij wijst erop dat de gevolgen voor onschuldige omstanders zwaar kunnen zijn en dat het de taak van de politie is om die risico’s te beperken.
Het verschil tussen controleren en ingrijpen
Jacobs maakt onderscheid tussen controleren en daadwerkelijk ingrijpen. Het is logisch dat agenten optreden als zij jongeren op een voertuig in een park aantreffen. Echter, zodra dit leidt tot gevaarlijke situaties moet het optreden opnieuw worden geëvalueerd. Volgens Jacobs moeten agenten niet reageren vanuit impuls, maar vanuit een rationele, afgewogen aanpak.
Tunnelvisie en handelen onder druk
Een belangrijk aandachtspunt dat Jacobs noemt is de kans op tunnelvisie. Agenten in stressvolle situaties kunnen hun beoordelingsvermogen verliezen. Emoties en adrenaline kunnen leiden tot beslissingen die niet meer stroken met het principe van proportioneel geweld. Hij pleit daarom voor voortdurende reflectie, waarbij agenten hun handelen beschouwen zoals een jager: bewust, gecontroleerd en met overzicht.

Richtlijnen uit toezicht en praktijkvoorbeelden
Het Comité P stelde in 2020 duidelijke richtlijnen op voor politieachtervolgingen. Sleutelprincipes zijn: geen roekeloos rijgedrag, risico’s voortdurend inschatten en voorkomen dat onschuldige mensen in gevaar komen. Jacobs noemt als voorbeeld hoe de politie soms bewust stopt met achtervolgingen van jongeren op opgevoerde scooters om omstanders te beschermen.
Training, ethiek en menselijkheid
Jacobs benadrukt het belang van ethische training op politiebureaus. Maar hij vindt dat deze vorming verder moet gaan dan oefensituaties. De kern van het politiewerk moet altijd het beschermen van mensen zijn. Hij wijst op het risico dat regels soms belangrijker worden dan de mens achter de situatie. Dit kan leiden tot afstand en ongelijkheid.
Menselijk contact als basis
In stedelijke omgevingen ontstaat al snel een kloof tussen burgers en politie. Jacobs pleit daarom voor meer menselijk contact en wederzijds begrip. Agenten zouden niet alleen moeten reageren op gedrag, maar ook moeten beseffen dat achter elke burger een verhaal schuilgaat – of dat nu een ouder, kind of vriend is.
Dit bericht op Instagram bekijken
Kinderen vragen om extra zorgvuldigheid
Als er kinderen betrokken zijn, zoals in dit geval, is extra voorzichtigheid geboden. Kinderen reageren vaak onvoorspelbaar, zeker als zij bang zijn of zich bedreigd voelen. Professionals moeten hierop voorbereid zijn en hun optreden daarop afstemmen. Het waarborgen van veiligheid moet altijd boven handhaving gaan.
Conclusie: de balans tussen gezag en zorg
Dit tragische incident toont aan dat politieoptreden altijd om zorgvuldige afweging vraagt. Het handhaven van de wet mag nooit ten koste gaan van onschuldige levens. Jacobs pleit voor een politie die handelt met menselijkheid, zelfreflectie en oog voor de context. Alleen zo kunnen zij het vertrouwen van de samenleving behouden.
https://youtu.be/n7FgXdD6NC0









