De 58-jarige Patrick uit België zit al een tijdje zonder werk, ondanks een carrière van 42 jaar. Aan motivatie om te werken ontbreekt het hem niet – hij solliciteerde veel – maar hij kwam er al snel achter dat werken hem financieel nauwelijks iets zou opleveren. In gesprek met Het Laatste Nieuws legt hij uit waarom hij ervoor kiest om werkloos te blijven.

Werken voor slechts 200 euro extra
Patrick ontdekte dat de financiële voordelen van werken minimaal zijn in vergelijking met zijn uitkering. “Als ik wil, heb ik volgende week werk,” zegt hij. Maar na het maken van een gedetailleerde berekening van de kosten die gepaard gaan met een nieuwe baan, werd duidelijk dat hij er slechts 100 tot 200 euro per maand op vooruit zou gaan.

“Waarom zou ik moeite doen voor zo’n klein verschil?” vraagt hij zich af. Met de hoge kosten van vervoer, verzekeringen en belastingen, lijkt het financieel verstandiger om van zijn uitkering te leven.
Hoge kosten voor een nieuwe auto
Een van de grootste struikelblokken voor Patrick is vervoer. Bij zijn vorige baan had hij een bedrijfswagen, maar die moest hij inleveren toen hij werkloos werd. Zijn vrouw heeft nog wel een auto, maar die heeft ze zelf nodig voor haar werk.

Als hij een nieuwe baan zou aannemen, zou hij een eigen auto moeten aanschaffen. “Dat kost makkelijk tussen de 15 en 20.000 euro. En ik wil geen wrak kopen.”

Daarnaast ziet hij geen nut in een tweede wagen, aangezien hij over twee jaar met pensioen gaat. “Zet die auto over twee jaar weer te koop en hij is al snel 6.000 euro minder waard.” De extra kosten voor verzekering, onderhoud, brandstof en belastingen lopen op tot bijna 1.000 euro per maand.

Openbaar vervoer geen optie
Het alternatief, openbaar vervoer, is voor Patrick geen realistische optie. Hij woont op een plek waar de verbindingen niet efficiënt zijn. “Voor een traject van 15 kilometer ben ik twee uur onderweg.” Dit maakt het voor hem onmogelijk om op een praktische manier naar werk te reizen.

Werken loont niet genoeg
Naast de vervoerskosten is ook het salaris een probleem. Op dit moment ontvangt Patrick een werkloosheidsuitkering van 1.400 euro per maand. Dit zal na een jaar dalen naar 1.200 euro. Als hij een baan zou accepteren met een nettoloon van 2.500 euro, blijven er na aftrek van de autokosten maar 100 tot 200 euro extra over per maand.

Voor Patrick is dat nauwelijks de moeite waard. “Dat neemt mijn motivatie wel weg, ja. En als ik dan werk zou aannemen waarvoor je niets hoeft te kunnen, wordt er nog minder betaald.”

Financiële stabiliteit boven alles
Patrick benadrukt dat hij niet arm is. Hij heeft spaargeld en hoeft zich geen zorgen te maken over zijn levensonderhoud. “Ik eet geen boterham minder. Waarom zou ik risico’s nemen terwijl ik met een uitkering stabiliteit heb?”
Zijn standpunt is duidelijk: de kleine financiële vooruitgang weegt voor hem niet op tegen de kosten en inspanningen die een nieuwe baan met zich meebrengt. “Met alle respect, maar daar ga ik mezelf niet meer moe voor laten maken.”

Structureel probleem?
Het verhaal van Patrick roept bredere vragen op over het verschil tussen werken en een uitkering ontvangen. In België, maar ook in andere landen, worstelen overheden met de vraag hoe ze werken aantrekkelijker kunnen maken. Als iemand als Patrick, met decennia aan werkervaring, concludeert dat werken hem amper iets oplevert, wijst dat op een probleem in het systeem.
Moeten lonen omhoog? Moeten uitkeringen omlaag? Of ligt de oplossing in lagere werkgerelateerde kosten, zoals belastingvoordelen voor vervoer? De discussie over hoe werken weer lonend kan worden, is actueler dan ooit.









