Sendric S. zat roerloos in de rechtszaal toen de officier van justitie zijn straf eiste: twintig jaar gevangenisstraf én gedwongen tbs-behandeling. De 25-jarige Rotterdammer schoot eind 2024 en begin 2025 drie willekeurige mannen dood op straat, in het stadsdeel waar hij zelf woonde. Wat de zaak zo schrijnend maakt, is de vraag die centraal staat: in hoeverre wist Sendric S. wat hij deed?

Drie moorden in twee weken tijd
De drie schietpartijen vonden plaats binnen loopafstand van elkaar, allemaal in het Rotterdamse stadsdeel IJsselmonde. De slachtoffers waren gewone mannen die op straat liepen: 58, 63 en 81 jaar oud. Ze hadden niets gemeen met de schutter, behalve dat ze op het verkeerde moment op de verkeerde plek waren. S. bekende zijn daden later zowel in politieverhoren als tegenover de rechter.

Volgens het Openbaar Ministerie handelde S. in alle drie de gevallen met voorbedachten rade. Hij schafte bewust een vuurwapen aan met één doel: mensen doodschieten. Snapchat-berichten aan de wapenleverancier bevestigen dat voornemen. Daarnaast verwijt justitie hem ook een poging tot doodslag, vanwege het neersteken van een dakloze man in het centrum van Rotterdam.

Stemmen in zijn hoofd gaven opdrachten
Sendric S. verklaarde tegenover politie en rechter dat stemmen in zijn hoofd hem opdroegen een wapen te kopen en vervolgens mensen aan te vallen. In ruil daarvoor zou hij een geldbedrag ontvangen. Op de dag van de derde moord keek hij naar eigen zeggen op zijn bankrekening of het beloofde bedrag al was gestort. Zijn moeder en zus bevestigden dat ze hem regelmatig hoorden terugpraten en ruzie zoeken met stemmen die niemand anders kon horen.

Toch had S. in een eerder politieverhoor ook iets anders verklaard. Hij zei te hebben willen weten hoe het voelde om iemand dood te schieten. Omdat hij bij de eerste keer ‘niet heel veel voelde’, deed hij het nog twee keer. Bovendien vertelde hij dat het uit handen blijven van de politie hem een ‘kick’ gaf. Het Openbaar Ministerie haalt die uitspraken aan om aan te tonen dat S. wel degelijk enig besef had van wat hij deed.

Pieter Baan Centrum: schizofrenie en verstandelijke beperking
Gedragsdeskundigen van het Pieter Baan Centrum observeerden S. uitvoerig en kwamen tot een duidelijke conclusie: hij lijdt aan schizofrenie en heeft daarnaast een lichte verstandelijke beperking. De onderzoekers achten het geloofwaardig dat hij stemmen hoorde die hem opdrachten gaven. Ze oordeelden dat hij ‘sterk verminderd’ toerekeningsvatbaar is. Hun advies aan de rechter: tbs met dwangverpleging.

Het OM neemt die conclusies over, maar plaatst wel kanttekeningen. De officier van justitie wijst erop dat niet onomstotelijk vaststaat dat de stemmen S. opdrachten gaven ‘waartegen hij geen weerstand kon bieden’. Ondanks de stoornis zag justitie ‘enigszins besef van wederrechtelijkheid en morele ongeoorloofdheid’ bij de verdachte. Daarom eiste het OM naast tbs ook een lange gevangenisstraf.

Vergelding als zwaarwegend argument
Het bijzondere aan de eis van justitie is de nadruk op vergelding. In strafzaken waarbij verdachten een ernstige psychische stoornis hebben, staat doorgaans de behandeling centraal. Tbs wordt dan als maatregel gezien, bedoeld om iemand te behandelen en de samenleving te beschermen. Een lange gevangenisstraf staat daar soms mee op gespannen voet, omdat detentie het effect van tbs kan ondermijnen. Het Openbaar Ministerie erkent dat spanningsveld, maar stelt dat het leed van de nabestaanden zwaar genoeg weegt om toch twintig jaar cel te eisen. Alleen zo doet de straf recht aan wat er is gebeurd, aldus de officier.

De nabestaanden van de drie slachtoffers hoorden eerder in het proces hun verklaringen voorlezen. Sendric S. luisterde daarnaar zonder zichtbare emotie. Ook de strafeis van justitie hoorde hij aan zonder enige reactie. De rechtszaal bleef stil terwijl de officier zijn betoog sloot.

Verdediging wil volledige ontoerekeningsvatbaarheid
De advocaat van S. voert een tegengesteld standpunt. Hij wil dat de rechter zijn cliënt volledig ontoerekeningsvatbaar verklaart. Zijn argument: de deskundigen van het Pieter Baan Centrum konden die mate van ontoerekeningsvatbaarheid niet vaststellen, maar ook niet uitsluiten. Bij twijfel moet worden beslist in het voordeel van de verdachte, aldus de raadsman. Hij pleit daarom uitsluitend voor tbs, zonder gevangenisstraf.

Volgens de verdediging was S. door zijn psychische problemen simpelweg niet in staat de werkelijke betekenis van zijn daden te overzien. Het waren de stemmen die hem de opdracht gaven, samengevat door de raadsman als: ‘Steken, steken, schieten, schieten.’ Of de rechter die redenering overtuigend genoeg vindt om mee te gaan, is nog de vraag.

Rechtbank doet uitspraak op een later moment
De rechtbank in Rotterdam buigt zich nu over het vonnis. De centrale vraag is hoeveel gewicht toekomt aan de psychische stoornis van Sendric S., en in hoeverre vergelding een rol mag spelen naast behandeling en beveiliging van de samenleving. De uitspraak wordt op een later moment verwacht. Intussen blijft de zaak een pijnlijke herinnering aan drie mannen die in IJsselmonde om het leven kwamen, op straat, zonder enige aanleiding.
Bronnen en credits
Bronnen: NRC, Volkskrant










