Bijna tien jaar na een fatale luchtaanval op de Iraakse stad Mosul heeft Nederland officieel excuses aangeboden aan de nabestaanden van zeven burgerdoden. Minister Dilan Yesilgöz van Defensie informeerde de Tweede Kamer op 25 maart 2026 over haar besluit om de betrokken families niet alleen haar „oprechte excuses” aan te bieden, maar hen ook een vrijwillige financiële compensatie te verstrekken. Het is een historisch moment: voor het eerst erkent de Nederlandse staat formeel verantwoordelijkheid voor het verlies van onschuldige levens bij een eigen militaire operatie in Irak.

De aanval op een universiteitsterrein
Op 22 maart 2016 liet de Nederlandse luchtmacht een bom vallen op een gebouw op het universiteitsterrein van Mosul, de op één na grootste stad van Irak. Op dat moment was de stad in handen van terreurgroep Islamitische Staat (IS), die grote delen van Irak en Syrië controleerde. Nederland nam deel aan een brede internationale coalitie, geleid door de Verenigde Staten, om IS te bestrijden. Het doelwit was aangewezen als het hoofdkwartier van de terreurgroep, gebaseerd op inlichtingen die afkomstig waren van de internationale coalitie.

Wat de Nederlandse piloten niet wisten, was dat het gebouw niet leeg stond. Zeven burgers bevonden zich op dat moment in het pand: twee mannen, vier vrouwen en een kind, afkomstig uit twee verschillende families. Zij waren er slechts tijdelijk aanwezig om persoonlijke bezittingen te verhuizen naar een andere woning — een alledaagse bezigheid in een stad die voor hen inmiddels onveilig was geworden door het geweld van IS. Ze ontkwamen niet aan de bom die hen zou doden.

Jarenlang onbekend bij Defensie
Dat er burgerdoden waren gevallen, was jarenlang niet bekend bij het Ministerie van Defensie. De betrokken piloten wisten niet dat ze onschuldige burgers hadden geraakt, benadrukt Yesilgöz in haar brief aan de Kamer. Er werd destijds ook geen intern onderzoek ingesteld. De aanval was „volgens de toen geldende procedures” uitgevoerd, en er waren op dat moment geen aanwijzingen dat er burgerdoden zouden kunnen vallen, aldus de minister.

Toch bleef de kwestie niet volledig onder de radar. Al in 2017 had de non-gouvernementele organisatie Airwars de Amerikaanse strijdkrachten gewaarschuwd dat er vermoedelijk burgerslachtoffers waren gevallen bij de aanval. De Amerikanen oordeelden echter dat dit „niet geloofwaardig” was. Bovendien was het destijds „niet gebruikelijk” om een betrokken coalitiepartner zoals Nederland te informeren na zo’n melding, stelt Defensie nu. Nederland bleef daardoor onwetend.

Journalistiek onderzoek als keerpunt
Het kantelpunt kwam in 2023, toen NRC, Nieuwsuur en de NOS gezamenlijk publiceerden over het incident. Pas door die berichtgeving besloot het Ministerie van Defensie een formeel intern onderzoek in te stellen. De uitkomsten van dat onderzoek zijn opmerkelijk maar ook pijnlijk: hoewel de betrokken militairen niets te verwijten valt, was het aangewezen doelwit geen legitiem militair doelwit. „Er was op basis van de informatie waar Defensie binnen dit onderzoek thans over beschikt, geen sprake van een legitiem militair doelwit,” schrijft het ministerie.

Eén van de bevindingen die dat onderzoek opleverde, is dat de inlichtingen over de aanwezigheid van IS in het gebouw al zeven weken oud waren op het moment van de aanval. De onafhankelijke commissie die het bombardement onderzocht, adviseert daarom dat bij toekomstige missies expliciet een afweging wordt gemaakt over „welke tijdsduur tussen de laatste update van de inlichtingen en wapeninzet acceptabel wordt geacht”. Dat is een les die de Nederlandse krijgsmacht voortaan mee dient te nemen.

Geen strafrechtelijke vervolging
Parallel aan het interne onderzoek bij Defensie boog het Openbaar Ministerie zich over de vraag of er strafrechtelijk gehandeld moest worden. Het OM trok vorig jaar de conclusie dat de betrokken militairen niet konden weten dat er burgerdoden zouden vallen, en besloot hen dan ook niet te vervolgen. Een conclusie die de militairen juridisch vrijpleit, maar emotioneel en moreel weinig oplost voor de families die hun dierbaren verloren.

Advocaat Liesbeth Zegveld, die de nabestaanden bijstaat, plaatste eerder vraagtekens bij de onafhankelijkheid van het OM-onderzoek. Namens haar cliënten stelde ze de Nederlandse staat aansprakelijk voor de zeven doden. Die aansprakelijkheidsstelling is nu mede de aanleiding voor de stap die Yesilgöz zet: het aanbieden van excuses én financiële compensatie.

Excuses en compensatie: een erkenning
In haar brief aan de Tweede Kamer schrijft minister Yesilgöz dat ze zelf heeft gesproken met militairen die betrokken waren bij het bombardement. „Zij betuigen hun medeleven aan de nabestaanden van de slachtoffers,” meldt ze. De minister biedt vervolgens haar „oprechte excuses” aan voor de „onbedoelde gevolgen” van de luchtaanval. „Hoewel dit geen geliefde familieleden kan terugbrengen, erkent het wel de schade die is veroorzaakt door de luchtaanval,” schrijft ze.

Naast de excuses heeft Yesilgöz besloten ook een vrijwillige financiële tegemoetkoming aan te bieden. Het exacte bedrag is nog niet bekendgemaakt. Het Ministerie van Defensie zal contact opnemen met advocaat Zegveld om over de hoogte en de modaliteiten te onderhandelen. Zegveld liet weten tevreden te zijn met zowel de excuses als de aankondiging van de compensatie. „De resultaten van het onderzoek kunnen het verleden niet ongedaan maken, maar erkennen wel de ernst van de gevolgen van de luchtaanval,” aldus Defensie zelf.

Een precedent met bredere betekenis
De zaak-Mosul staat niet op zichzelf. Nederland was in de periode 2015-2016 actief betrokken bij meerdere bombardementen als onderdeel van de internationale coalitie tegen IS. Eerder onderzoek wees al uit dat Nederland ook betrokken was bij andere incidenten met mogelijke burgerslachtoffers in Irak. De vraag rijst daarmee hoe structureel het probleem was van te verouderde inlichtingen als basis voor aanvallen, en in hoeverre coalitiegenoten — met name de VS — tijdig en volledig informatie deelden over de gevolgen van uitgevoerde aanvallen.

De stap die minister Yesilgöz nu zet, is politiek én moreel significant. Nederland erkent dat een aanval van eigen militairen onschuldige burgers het leven heeft gekost, ook al gold juridisch dat de betrokkenen correct handelden binnen de destijds geldende regels. Het toont aan dat morele verantwoordelijkheid verder reikt dan juridische aansprakelijkheid. De combinatie van formele excuses en financiële compensatie is daarmee een signaal richting toekomstige missies: ook als procedures zijn gevolgd, kan de uitkomst een erkenning van schade vereisen.

Verwachte vervolgstappen
In de komende weken zal het Ministerie van Defensie in overleg treden met advocaat Zegveld over de hoogte van de financiële compensatie voor de twee betrokken families. Hoe dat bedrag er precies uit zal zien, is op dit moment nog niet bekend. Daarnaast zal de Tweede Kamer zich buigen over de aanbevelingen uit het onderzoeksrapport, met name de vraag hoe in de toekomst moet worden omgegaan met de verouderdheid van inlichtingen vóór een aanval wordt uitgevoerd. Voor de families in Mosul betekent de erkenning van Nederland in elk geval een stap — hoe klein ook — richting gerechtigheid voor het verlies dat zij al bijna tien jaar dragen.








