Koningin Máxima heeft dinsdag benadrukt dat vrijwilligers iets kunnen wat gemeentebesturen zelf nauwelijks lukt: vertrouwen opbouwen bij mensen in kwetsbare posities. Dat zei ze in een speech op het jaarcongres van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) in Lichtenvoorde. Volgens de koningin is de rol van vrijwilligers in sociaal-maatschappelijke initiatieven in gemeenten niet te onderschatten.

Vele duizenden initiatieven dankzij vrijwilligers
Máxima begon haar toespraak met een schets van de omvang van het vrijwilligerswerk. “In ons land zijn vele duizenden sociaal-maatschappelijke initiatieven actief, die stuk voor stuk bestaan dankzij gedreven vrijwilligers”, zei ze tegen de aanwezige bestuurders. Ze noemde die vrijwilligers “het sociale weefsel van onze samenleving”.
Daarmee richtte de koningin zich rechtstreeks tot de gemeentebestuurders in de zaal. Gemeenten hebben volgens haar veel te winnen bij de inzet van deze vrijwilligers, ook al werken die op een andere manier dan een gemeentelijke organisatie.
Sociale cohesie, uitsluiting en mentale weerbaarheid
Concreet noemde Máxima drie effecten die vrijwilligers op lokaal niveau hebben. “Zij versterken de sociale cohesie in uw gemeente, gaan uitsluiting tegen en helpen de mentale weerbaarheid te vergroten”, zei ze. Het zijn thema’s waar gemeenten in hun sociaal beleid dagelijks mee te maken hebben.
De koningin liet het niet bij algemene woorden over de waarde van vrijwilligerswerk. Ze legde uit waarom vrijwilligers die bijdrage kunnen leveren. “De manier waarop zij dat doen is uniek”, zei ze. Die uitleg vormde de kern van haar verhaal.
Ogen en oren in de buurt
Volgens Máxima staan vrijwilligers dichter bij mensen dan bestuurders. “Zij zijn ogen en oren, heel dicht bij mensen”, zei ze. “Zij komen op plekken waar u niet komt, weten als geen ander wat er speelt in een buurt.”

Ze wees erop dat vrijwilligers een hechte band opbouwen met mensen in soms kwetsbare posities. Juist die nabijheid maakt dat ze signalen oppikken die bij gemeenten of andere instanties niet altijd terechtkomen. De koningin sprak haar zorgen daarbij niet als kritiek uit, maar als een vaststelling over de verschillende rollen die vrijwilligers en bestuurders vervullen.
Tijd en ruimte als voorwaarde
Waarom lukt vrijwilligers dat wel? Máxima gaf een concreet antwoord: ze hebben er de tijd voor. “Dat kunnen ze omdat ze alle tijd en ruimte hebben om te luisteren, te troosten, aan te moedigen, een handje te helpen”, zei ze.
Daarnaast noemde ze een tweede eigenschap: “Niet zelden zijn deze vrijwilligers ervaringsdeskundigen.” Wie zelf iets heeft meegemaakt, kan een ander op een andere manier begrijpen. Volgens de koningin ontstaat daardoor “wederkerigheid, contact van mens tot mens”.
Vertrouwen als kern
Uit al die elementen volgt volgens Máxima wat zij als het belangrijkste resultaat beschouwde. “En zo ontstaat iets wat van essentieel belang is: vertrouwen.” Dat vertrouwen, zo bleek uit haar betoog, is de reden dat vrijwilligers mensen bereiken die anders buiten beeld blijven.
Daarmee maakte de koningin een verbinding tussen de dagelijkse praktijk van vrijwilligers en de doelen die gemeenten zichzelf stellen. Wie sociale cohesie wil vergroten en uitsluiting wil tegengaan, heeft volgens haar mensen nodig die het vertrouwen van anderen hebben.

Een oproep aan bestuurders
Dat gaf haar oproep aan de bestuurders extra gewicht. Máxima vroeg hen sociale initiatieven het vertrouwen te geven, ook als “hun manier van werken” anders is “dan u gewend bent”. Ze benadrukte dat die initiatieven niet in een bestaand hokje passen.
“Sociale initiatieven zijn geen overheidsorganisaties en ook geen private sector”, zei ze. “Ze kenmerken zich door creativiteit, een pragmatische werkwijze en out of the box-denken. Ze in hokjes proberen te duwen werkt niet goed.”
Haar slotzin was een pleidooi voor ruimte: “Laat ze het op hun eigen manier doen. Met minder of betere regels.” Of gemeenten of de VNG daadwerkelijk regels gaan aanpassen, is op basis van de speech niet bekend. Máxima deed een oproep, geen aankondiging van beleid.
Achtergrond: het Internationaal Jaar van de Vrijwilliger
Het thema past binnen een jaar waarin vrijwilligerswerk extra aandacht krijgt. Koningin Máxima opende op donderdag 12 februari 2026 in de Stadsschouwburg van Utrecht het Internationaal Jaar van de Vrijwilliger 2026. De Verenigde Naties startten dat jaar omdat vrijwilligers een onmisbare rol spelen in een rechtvaardige, veerkrachtige en duurzame samenleving en bijdragen aan de 17 duurzame ontwikkelingsdoelen.
In Nederland staat het jaar in het teken van ‘de kracht van doen’. Vereniging VrijwilligerswerkNL organiseerde de opening. Volgens de organisatie waren daar 400 vertegenwoordigers uit politiek, bedrijfsleven en het vrijwilligerswerk aanwezig. Ook sprak de koningin die dag met een tiental vrijwilligers over hun ervaringen en drijfveren. Zij is beschermvrouwe van het Oranje Fonds.

De speech in Lichtenvoorde was een afzonderlijk optreden bij een ander evenement. Toch sluit de boodschap aan bij het thema van het jaar: erkenning en versterking van het werk van vrijwilligers, ook op lokaal niveau.









