Maarten van der Weijden kondigt iets aan wat hij zelf omschrijft als zijn allerlaatste extreme zwemtocht. Vanuit Vught, zijn woonplaats, wil hij volgens het AD 270 kilometer afleggen in slechts zes dagen. Daarmee wil hij niet alleen geld ophalen voor kankeronderzoek, maar ook definitief afscheid nemen van een persoonlijke last die hij jarenlang met zich meedroeg.
Een tocht geboren uit meer dan sportieve ambitie
Voor Van der Weijden is zwemmen al lang geen sport meer in de traditionele zin. Hij overleefde acute leukemie en won in 2008 olympisch goud op de tien kilometer in open water. Sindsdien zette hij zijn naam in voor de strijd tegen kanker, steeds via buitengewoon zware zwemtochten. Toch draagt hij ook een last die niet los staat van zijn publieke rol. Bovendien suggereert de woordkeuze die hij tegenover het AD gebruikte, dat die last diep geworteld zit.
Het AD citeert hem met de woorden: ‘Ik denk dat mijn leven pas iets waard is als ik dit doe.’ Dat is een uitspraak die verder gaat dan motivatie voor een sportprestatie. Daarin klinkt een overtuiging door die zijn identiteit en eigenwaarde nauw verbindt met extreme fysieke inzet voor een groter doel. Hoe precies die gedachte tot stand kwam, licht het beschikbare bronmateriaal niet volledig toe.
Wat er eerder misging en waarom dat relevant is
Een tweede citaat dat het AD aan Van der Weijden toeschrijft, werpt een ander licht op zijn verleden. Hij zou hebben gezegd: ‘Mensen met kanker vonden het geruststellend dat ik die tocht moest staken.’ Hiermee verwijst hij naar een eerdere extreme zwempoging waarbij hij de finish niet haalde. Welke tocht hij bedoelt, maakt het beschikbare materiaal niet volledig duidelijk. Toch is de strekking veelzeggend: zijn falen bood anderen troost, omdat het liet zien dat ook een olympisch kampioen grenzen kent.
Dat inzicht werkt op twee niveaus. Enerzijds humaniseert het Van der Weijden in de ogen van mensen die zelf gevochten hebben tegen ziekte. Anderzijds legt het ook een druk bloot die hij jarenlang met zich meedroeg. Immers, wie zijn identiteit koppelt aan het volbrengen van buitengewone prestaties voor anderen, kan zwaar lijden onder een gefaalde poging. Daarmee krijgt deze nieuwe tocht een extra dimensie.
270 kilometer in zes dagen: wat dat lichamelijk betekent
Concreet beschrijft het AD een tocht van 270 kilometer die Van der Weijden in zes dagen wil afleggen. Dat komt neer op gemiddeld 45 kilometer per dag in open water. Ter vergelijking: een doorsnee recreatieve zwemmer legt in een uur misschien twee kilometer af. Wie de rekening maakt, begrijpt waarom Van der Weijden zelf spreekt van een tunnel van pijn. Daarnaast vereist zo’n tocht een uiterst nauwkeurige medische begeleiding, voeding en slaapplanning.
Het is bovendien niet vanzelfsprekend dat iemand van zijn leeftijd zo’n inspanning ongeschonden doorstaat. De Volkskrant schreef op 16 augustus 2026 dat Van der Weijden nog één laatste keer een bizarre lange afstand wil zwemmen voor de strijd tegen kanker. De krant benadrukt daarmee eveneens de uitzonderlijke aard van de onderneming. Concrete details over de route en het exacte starttijdstip zijn op basis van het beschikbare bronmateriaal nog niet bevestigd.
De betekenis voor mensen met kanker
Voor mensen die zelf kanker hebben of iemand verloren aan de ziekte, is een actie als deze meer dan een fondsenwervingscampagne. Van der Weijden verbindt zijn eigen lichaamsgrens aan hun strijd, letterlijk en figuurlijk. Dat hij in het verleden ook faalde, en dat dit anderen troost bood, maakt zijn verhaal menselijker dan dat van een ongenaakbare kampioen. Daardoor raakt zijn boodschap breder dan de sportwereld alleen.
Bovendien is het doel van de fondsenwerving concreet: kankeronderzoek. Eerder bracht Van der Weijden via zijn tochten miljoenen euro’s op voor wetenschappelijk onderzoek naar de ziekte. Welke organisatie of welk specifiek onderzoek deze keer de begunstigde is, maakt het beschikbare bronmateriaal echter niet duidelijk. Dat detail is dus vooralsnog onbevestigd.
Een persoonlijk afscheid naast een publiek doel
Naast de maatschappelijke betekenis draagt deze tocht ook een sterk persoonlijk karakter. Het AD stelt dat Van der Weijden afscheid wil nemen van een last die hij jarenlang met zich meedroeg. Wat die last precies inhoudt, blijft in de beschikbare bronnen ongespecificeerd. Toch is de richting helder: hij wil iets afsluiten. Daarom omschrijft hij dit als zijn allerlaatste extreme zwemtocht, al laat die formulering ruimte voor interpretatie over wat hij precies daarna wil doen.
Veel topsporters worstelen na hun actieve carrière met vragen over identiteit en zingeving. Voor Van der Weijden is die zoektocht extra complex, omdat zijn overleving van leukemie en zijn sportcarrière onlosmakelijk verbonden zijn met zijn publieke rol als ambassadeur voor kankeronderzoek. Het citaat dat hij zijn leven pas iets waard vindt als hij dit doet, suggereert dat hij die rol lange tijd als plicht ervoer. Deze tocht is dan ook niet alleen een zwemprestatie, maar mogelijk ook een stap naar een volgende levensfase.
Wat nu volgt
De komende weken zal duidelijk worden hoe de tocht verloopt en hoeveel Van der Weijden ophaalt voor kankeronderzoek. Volgens het AD vertrekt hij vanuit Vught, zijn woonplaats. Of hij de finish haalt, is onzeker, want dat was eerder ook al zo. Juist die onzekerheid maakt zijn verhaal zo krachtig: hij springt het water in met de wetenschap dat falen mogelijk is, en doet het toch. Dat maakt Maarten van der Weijden tot meer dan een atleet. Het maakt hem tot iemand die laat zien hoe mensen omgaan met pijn, verlies en de drang om iets te betekenen.
Bronnen en credits
Bronnen: AD, Volkskrant











