De klok loopt. Premier Rob Jetten heeft zondagavond bekendgemaakt dat een nieuwe Europese coalitie van negen landen al binnen een jaar luchtafweergeschut kan leveren aan Oekraïne. Dat is opmerkelijk snel voor defensietechnologie die normaal jaren in ontwikkeling is. De urgentie is groot, want Rusland bestookt Oekraïne vrijwel dagelijks met ballistische raketten, en de beschikbare afweermiddelen raken op.
Waarom Europa zelf raketten wil bouwen
De aanleiding voor de coalitie is direct verbonden aan de geopolitieke verschuivingen van het afgelopen jaar. Amerika heeft een groot deel van zijn Patriot-raketten verbruikt in de oorlog tegen Iran, die in februari uitbrak. Daardoor zijn de voorraden voor Oekraïne verder gekrompen. Jetten benadrukt dat Europa daarom niet langer uitsluitend op Amerikaanse technologie kan vertrouwen. Bovendien wil Europa strategisch onafhankelijker worden op het gebied van defensie, zeker nu de dreiging vanuit Moskou ook richting het Europese continent groeit.
Negen Europese landen slaan daarom de handen ineen met Oekraïne. Naast Nederland zijn dat onder meer Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Italië en Zweden. Samen willen zij een nieuwe generatie luchtafweersystemen ontwikkelen. Het gaat, aldus Jetten, om “techniek van eigen bodem die efficiënter en goedkoper is dan veel van de Amerikaanse technologie die we nu nog nodig hebben.” Die claim is vooralsnog niet met concrete cijfers onderbouwd, maar de politieke wil om te investeren is duidelijk aanwezig.
Concrete termijnen die opvallen
Het meest in het oog springende element van Jettens aankondiging zijn de scherpe leveringstermijnen. “We verwachten eigenlijk binnen een jaar al te kunnen leveren voor een deel van het luchtafweergeschut”, zei de premier tegen het ANP. Voor de meer technisch complexe onderdelen van het systeem houdt hij een termijn van anderhalf jaar aan. Dat zijn termijnen die in de defensiewereld zelden worden gehaald, zeker bij volledig nieuwe technologie. Daarom trekken ze direct de aandacht van analisten en bondgenoten.
Toch zijn er nog veel details onduidelijk. Het is niet bekend welk specifiek deel van het luchtafweergeschut binnen een jaar beschikbaar komt. Ook de precieze aantallen raketten, de financiering en de verdeling van de productie over de tien betrokken landen zijn nog niet openbaar gemaakt. Bovendien is de coalitie, voor zover bekend, nog niet formeel operationeel. De aankondiging van Jetten wekt echter de indruk dat de samenwerking al in een vergevorderd stadium verkeert.
Oekraïense innovatie als katalysator
Een opvallend aspect van het programma is de centrale rol van Oekraïne zelf. Het land heeft door de oorlog met Rusland een uitzonderlijk innovatieve wapenindustrie opgebouwd. Oekraïne ontwikkelt geavanceerde drones en raketten waarmee inmiddels doelen honderden kilometers diep in Russisch grondgebied worden geraakt. Die kennis is waardevol voor de coalitie. In plaats van alleen ontvanger van westerse wapens te zijn, wordt Oekraïne daarmee ook een actieve partner in de ontwikkeling van nieuwe defensietechnologie.
Aan het programma doet bovendien een Nederlands bedrijf mee. Destinus, gevestigd in Valkenburg in Zuid-Holland, produceert drones en kruisraketten en sluit aan bij de coalitie. De betrokkenheid van een Nederlands bedrijf geeft het programma ook thuis een concreet gezicht. Het laat zien dat Nederland niet alleen diplomatiek, maar ook industrieel een bijdrage levert aan de Europese defensiesamenwerking.
Russische dreiging reikt verder dan Oekraïne
Jetten benadrukt dat de nieuwe luchtafweersystemen niet alleen bedoeld zijn voor Oekraïne. In eerste instantie moeten ze het Oekraïense luchtruim beter verdedigen. Uiteindelijk is het de bedoeling dat dezelfde systemen ook het Europese luchtruim beschermen. Die stap is relevant, want Rusland heeft de productie van ballistische raketten flink opgevoerd. Daarmee vormt Moskou niet alleen een bedreiging voor Kyiv, maar groeit ook de druk op de Europese defensieplanners om serieuze antwoorden te formuleren.
In de tussentijd blijft Oekraïne afhankelijk van de beschikbare Patriot-raketten. “Maar we gaan daar in razend tempo ook een Europees alternatief naast zetten”, aldus Jetten. Die uitspraak onderstreept de urgentie waarmee de coalitie te werk wil gaan. Het is echter niet de eerste keer dat Europese leiders ambitieuze defensiebeloften doen. De vraag is of de industriële capaciteit van de deelnemende landen snel genoeg kan worden opgeschaald om de aangekondigde termijnen daadwerkelijk te halen.
Europese defensie op een kantelpunt
De aankondiging van de raketcoalitie past in een bredere trend waarbij Europa zijn defensie-afhankelijkheid van de Verenigde Staten probeert te verminderen. Al langer discussiëren Europese leiders over strategische autonomie op militair gebied. De schaarste aan Patriot-raketten en de druk vanuit Moskou geven die discussie nu een concrete aanleiding. De coalitie van negen landen met Oekraïne is daarmee meer dan een militair project. Het is ook een politiek signaal: Europa wil zichzelf kunnen verdedigen, met eigen technologie en eigen industrie.
De komende maanden zal duidelijk worden hoe serieus de gemaakte afspraken zijn. Jetten heeft de lat hoog gelegd met zijn termijnen van een tot anderhalf jaar. Als de coalitie die termijnen daadwerkelijk haalt, is dat een mijlpaal voor de Europese defensiesamenwerking. Als de leveringen uitlopen, groeit de druk op de betrokken regeringen om uit te leggen waarom de ambities botsten met de realiteit. Voorlopig wacht Oekraïne, dat elke dag opnieuw raketten afweert, op de systemen die Europa heeft beloofd te leveren.
Bronnen en credits
Bronnen: Ditjes & Datjes, Nieuws.nl











